
Hé, waar zijn jullie in hemelsnaam mee bézig daarboven?
Tegen jou, Donder en ook tegen jou, Bliksem.
Het lijkt wel of jullie ruzie aan het maken zijn.
Wel, dan wordt het de hoogste tijd dat jullie daarmee stoppen!
En jij scheldt me uit voor ‘kleine dondersteen’. Dat ben je zélf, donderse Donder.
Bliksemse meid? Kijk eens naar jezélf, Bliksem.
Als je maar niet denkt dat ik bang voor je ben! Ik doe gewoon mijn raam dicht en dan kun je me lekker niet pakken.
Kan lekker niet. Want op ons dak staat een bliksemafleider en die zorgt ervoor dat jouw stroom in de grond verdwijnt.
Wordt het niet eens tijd dat jullie fatsoenlijk met elkaar gaan práten, in plaats van ruzie maken?
Waarom nou niet?
En jij, Bliksem... Waarom wil jij niet met de Donder praten?
Nou nou nou, wat een gekissebis. Kan het niet een beetje minder?
Mmm, kan ik jullie echt niet lijmen?
Ojojo, wat zijn jullie koppig. Wat moet ik met jullie aanvangen.
Hebben jullie ooit gehoord van ‘verdraagzaamheid’?
Kijk eens naar de mensen, die zijn allemaal verschillend.
Behalve hun andere huidskleuren, zijn ze vanbinnen allemaal verschillend.
De een is verlegen, de andere pittig, verwaand of snel aangebrand.
Sommige mensen zijn zacht, nieuwsgierig of heel wijs.
Tja, ze móeten elkaar wel verdragen, ook al vinden ze elkaar niet altijd even leuk, want ze moeten met elkaar op dezelfde aardbol wonen. Daarom moet er veel en vaak met elkaar worden gepraat.
De lucht hoort toch ook bij de aarde?
Volgens mij wel. Jullie maken toch ook geen ruzie met de regen of de sneeuw?
Hebben jullie ook een hekel aan de wind?
De regen, de sneeuw en de wind wonen wel samen met jullie in de lucht.
Wauw, dat bedoel ik nou. En weet je wat zo grappig is? Jullie hebben weer een beetje met elkaar gepráát! Het was een klein gesprekje, maar tóch… het begin is gemaakt.
Weet je, jullie horen volgens mij gewoon bij elkaar.
Net zoals de regen bij de wolken hoort en het maanlicht bij de maan.
Voortaan geen ruzie meer maken, hè jongens! En nu klap ik het raam dicht. Toedeledokie!
Vragen voor jou