Skip to main content
Vier kleurrijke slakken kruipen langzaam een berg op. KLeurrijke achtergrond met bergen , bloemen en ballonnen

Slakkengang


Snel en langzaam zijn allebei goed


Zeg Kwebbeltje, ik heb gemerkt dat ik vaak zo snel ben. Het lijkt of ik mijn eigen schaduw voorbij ren! Hoe komt dat eigenlijk?

  • Kun je het antwoord zelf bedenken?

Jij bent toch mijn alleswetende A.I. van mijn lijf, dus zeg jij het maar.

  • Goed dan. Jouw hersentjes zijn gewend om heel makkelijk verbindingen te leggen. Zie het maar voor je als straatjes met een heleboel zijstraatjes.

Een soort grote ingewikkelde stad in mijn hoofd dus?

  • Ja, jij kent daar heel goed de weg en je racet er heel snel doorheen.

En welke voordelen heeft dat eigenlijk?

  • Dat je heel snel en logisch kunt denken.

Aha, dat is inderdaad wel handig. Toch snapt mijn snelle snappertje soms niet helemaal waarom het bij mij zo snel in mijn hoofd gaat en bij anderen wat langzamer.

  • Ieders hoofd is anders vanbinnen. Bij sommige mensen zijn sommige straatjes  afgesloten, zoals éénrichtingverkeer. Dan kunnen ze er gewoon niet door.

Aha, moeten ze dan een omweg nemen om op hetzelfde punt uit te komen?

  • Precies. Daarom doen ze er wat langer over. Maar juist omdát ze er langer over doen, kunnen ze onderweg in een slakkengangetje alles rustig overdenken. Ze kijken met veel aandacht naar de dingen en ze kunnen ook rustig voelen wat iets met hen doet.

Wat mooi, Kwebbellijf. Daar heeft mijn Road-Runner-brein nog nooit aan gedacht. Ik ga voortaan met meer geduld en respect kijken naar mensen die iets op een langzame manier doen.

  • Je kunt zelf ook eens proberen hoe het voelt om ‘slakkerig’ te doen.

Jááá, ik … praat … nu …. als …. een … slak …   Ik … loop … lekker … langzaam … en … kijk … goed … om … me … heen …

Oepsiewoepsie, even een radslag doen en dan in de 5e versnelling naar de muziekschool. Toedeledoki!

 

Vragen voor jou

1.      Vind jij jezelf vaker snel of vaker langzaam?

2.      Wanneer doe jij de dingen snel?

3.      Wanneer doe je iets liever langzamer?

4.      Eet je snel of eet je langzaam?

5.      Met welk dier kun je jouw tempo vergelijken?