
Tsjoe! Kijk eens, Mono! Ik nies zo hard met mijn Glimlachlicht, dat er glimsnippers uit mijn neusgaten vliegen! Ik lijk wel een glimsnipperkanon! Hoe komisch is dat!
Raak hem maar aan, Mono.
Waarom heb je gebeden, Vinko?
O… Ken je dan nog méér plaatsen dan de aarde?
Je maakt me nieuwsgierig, Vinko.
Wat herinner je je ervan?
En hoe vóelde je je daar?
Noem eens een voorbeeld.
Dan moet je toch naar je innerlijke stem luisteren.
Vraag dan of je plantenmelk krijgt, zoals sojamelk, havermelk of rijstmelk. Dat is net zo gezond.
Waarin zijn je ouders nog meer streng?
Anderhalf uur achter elkaar? Sjonge, ik kan me voorstellen dat dat lang voor je is.
Misschien kun je aan je vader vragen of je het mag spreiden.
Drie keer een half uur bijvoorbeeld, met daar tussenin een kwartiertje tijd om te spelen.
Dat is het goede woord, wat een ander voelt is voor jou niets waard.
Je kunt het meteen loslaten. Je kunt dan in jezelf zeggen: “Dat gevoel is niet van mij, ik laat het liggen bij wie het hoort.”
Weet je, Vinko… je woont nu eenmaal hier op deze aarde en je zult je moeten aanpassen, hoe moeilijk het soms ook is. Deze aarde zal nu toch het best bij je passen, want anders was je hier niet geboren.
Ach Vinko, misschien ben je wel hier op aarde om de mensen om je heen de liefde die jij al kent, te géven in plaats van liefde te krijgen. Jij kunt hen helpen hun harten te openen.
Dat met liefde alle problemen op te lossen zijn en dat in iedereen een vonkje van het Grote Licht woont. Dat Licht lijkt op twinkelgolven die alles licht maken in je hart.
Wanneer je lacht, knuffelt of je dapper voelt, spat er stralend licht als een fontein naar iemand toe.
Ik zal aan Mono vragen of hij je op afstand een beetje helpt. Hij laat je niet in de steek, Vinko.
We moeten nu afscheid van je nemen.
Wat je zegt ben je zelf, en trouwens - álle kinderen zijn bijzonder! Dag Vinko, heb het goed!
Vragen voor jou
1. Heb je ooit een heimwee gehad naar een planeet waar je een limonade-wedstrijd gewonnen hebt? ☺
2. Kun jij jezelf dát geven waar je naar verlangt of nodig hebt?
3. Kun jij je éventjes aanpassen aan iets wat je niet zo fijn vindt?
4. Durf je te praten met de persoon, aan wie jij je niet langer wilt aanpassen?
5. Hoe ziet jouw ideale droomwereld eruit en hoe zou jij je daar voelen?