
Een fantasiereisje in je hoofd.
Evi loopt naar school. Hé, wat ziet ze daar op een tak?
Wat voor vogel is het? Een musje? Nee, het is een roodborstje.
O, wat zijn je veren mooi! Waarom heb je rode veren op je borstje?
Ach wat prachtig, Roodborstje! Ik voel het al tintelen vanbinnen.
Is het fijn om te vliegen?
Ik zou ook wel willen vliegen. Kun jij me leren hoe ik moet vliegen of moet ik eerst mijn armen laten ombouwen tot fladdervleugels bij de vogeldokter of moet ik eerst mijn armen insmeren met verenlijm?
Maar als ik zelf vleugels zou maken, kan ik dan wel vliegen?
Een vliegtuig is wel een miljoen keer zwaarder dan ik!
O ja, die heb ik niet.
Het zou leuk zijn als je die koe tegenkomt, haha!
Hoi roodborstje, daar ben je weer. Vertel eens, wat heb je allemaal gezien?
Had ze geen zonnebril op?
Wat heb je gegeten, roodborstje?
Ieks, eet jij wormen? Die glibberige dingen?
Wat knap dat vogels helemaal uit zichzelf weten wat ze nodig hebben.
Uh, van melk krijg ik jeuk, dus dat drink ik niet. En soms krijg ik ineens zin in een wortel of een banaan.
Is dat wat je bedoelt?
En soms word ik heel hieperdepieper als ik heb gesnoept en daarna zak ik in elkaar als een plumpudding, dus misschien betekent dat ook wel dat het niet zo goed voor me is.
O ja, hoe dan?
Hoezo… In mijn hóófd?
Oké, ik probeer het.
Even later opent Evi haar ogen en haar ogen sprankelen. Blij vertelt ze over haar fantasie-vliegreisje.
Jaha, het was supergaaf! Ik had mijn jas omgetoverd tot een superheldencape! Woei, ik vloog zelfs boven de wolken! En weet je, ik voelde me echt zo vrij als een vogel.
Alles wat ik zag was piepklein. Kleine boompjes, kleine autootjes, kleine huisjes, minimensjes.
Ik vloog dwars door alle kleuren van de regenboog.
Het was net alsof ik zelf in die kleuren veranderde toen ik erdoor vloog.
Maar toen vloog ik in mijn hoofd nog veel verder. Ik steeg op voorbij de wolken, van bovenaf leken de wolken op bergen van sneeuw. Het was daar zo heerlijk stil. Ik hoorde alleen nog mijn eigen adem.
Toen vloog ik nog verder en hoger. Ik vloog naar het neusje van de maan en tussen de sterren.
Ik zag planeten vol bloemen en rivieren in allerlei kleuren. Zo prachtig allemaal.
Ik heb niet eens echte vleugels nodig om zo hoog te kunnen vliegen.
Met mijn fantasie kan ik overal zijn waar ik wil.
Vragen voor jou